Rechten en plichten

Wie een bijstandsuitkering heeft, heeft meestal ook arbeidsverplichtingen. Die houden in dat u er zelf zo veel mogelijk aan moet doen om weer aan werk te komen of om actief mee te doen in de samenleving.

De arbeidsverplichtingen zijn niet nieuw, die staan al langer in de Wet werk en bijstand. Maar in de Participatiewet zijn ze uitgebreider beschreven.

U moet er ‘naar vermogen’ alles aan doen om werk te vinden of te behouden. Als u de arbeidsverplichtingen en afspraken hierover met de gemeente niet nakomt, en er zijn geen omstandigheden of redenen waarom u deze niet bent nagekomen, dan zal de gemeente een maatregel opleggen. U krijgt dan tijdelijk een lagere uitkering of zelfs helemaal geen uitkering. Als u zich opnieuw niet aan deze verplichting houdt kan de uitkering zelfs gedurende drie maanden niet worden uitbetaald.

Rechten

Naast verplichtingen heeft u natuurlijk ook rechten. Samen met uw consulent werk kijkt u naar mogelijkheden om (ander) werk te vinden. Het Training Diagnose Centrum (TDC) kan helpen om te kijken welke vaardigheden u heeft en wat u verder kunt ontwikkelen om weer werk te vinden. Is betaald werk niet direct mogelijk? Dan kijkt u consulent werk samen met u naar andere mogelijkheden, zoals een cursus, training of het opdoen van werkervaring.
Het is voor behoud van uw uitkering wel van belang om:

  • te voldoen aan uw sollicitatieplicht
  • voor u geschikte scholing en training te volgen
  • geschikt werk te behouden en te aanvaarden
  • afspraken met uw werk consulent na te komen

Ook heeft u recht op 4 weken vakantie buiten uw gemeente per kalenderjaar.

U heeft geen recht op bijstand wanneer u een beroep kunt doen op een voorliggende voorziening, die gezien haar aard en doel, geacht wordt passend en toereikend te zijn. Een voorbeeld van een voorliggende voorziening is studiefinanciering.

Bovendien heeft u geen recht op uitkering indien:

  • u in detentie verblijft, met uitzondering als u deelneemt aan een penitentiair programma dan wel bijzonder proefverlof geniet;
  • u wegens werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan arbeid;
  • u onbetaald verlof geniet, met uitzondering van de alleenstaande ouder;
  • u jonger bent dan 65 jaar en langer dan 4 weken per kalenderjaar verblijf houdt buiten Nederland;  
  • u jonger bent dan 18 jaar.

Uitgelicht